Tara is een vrouwelijke Boeddha. Tara betekent "zij die redt". Als godin van het mededogen verlicht zij het menselijk lijden. Zoals veel boeddhistische godheden kent Tara meerdere emanaties of vormen. De meest voorkomende zijn de Witte Tara en de Groene Tara. Volgens de overlevering was Tara in haar vorige leven een prinses (Yeshey Dawa), en een devote volgelinge van Boeddha. Vanwege haar onberispelijke gedrag werd haar aangeboden om herboren te worden in mannelijke vorm om mensen te helpen. Omdat zij niet geloofde dat geslacht een hinderpaal was wenste zij weer als vrouw terug te komen om mensen verder te helpen. Haar wens werd ingewilligd en zij werd herboren als een godin.
Ze nam zich voor om de mensheid te beschermen tegen lijden en kwaad en werd bekend als "De Grote Moeder", van wie alle bodhisattva's ontspringen.

Groene Tara


Groene Tara is met name herkenbaar aan haar rechtervoet die naar voren steekt. Haar hele houding is alert en actief, alsof zij klaar zit om in actie te komen. Zij wordt aangeroepen als men steun bij moeilijkheden nodig heeft. Daarbij kan het gaan om werkelijke reizen of ondernemingen ( Tara = zij die de oversteek maakt) of om reizen of ondernemingen in psychologische zin (lastige processen, situaties)

Witte Tara

De Witte Tara wordt geassocieerd met gezondheid, een lang leven en genezing. Zij beschermt ons tegen het lijden. De Witte Tara wordt vaak alziend afgebeeld met zeven ogen. Zij zit met gekruiste benen en één arm gebogen. Haar witte huid wordt vergeleken met de lichtende maan.